Behandelinformatie

Vullingen

Bacteriën in tandplak produceren zuren die het tandglazuur en zelfs het binnenste van de tand kunnen  aantasten. Dit proces wordt cariës of tandbederf genoemd. Op den duur ontstaan hierdoor vaak gaatjes.

Om de tand te herstellen en te beschermen moeten de aangetaste delen worden verwijderd, en vervangen door een vulling. In onze praktijk wordt momenteel alleen nog gevuld met composiet, een kunsthars in de kleur van uw eigen tand of kies.

Er zijn globaal 3 soorten vulmateriaal : Composiet ( kunsthars ), Glasionomeer ( mix composiet met glasdeeltjes ) en
 Amalgaam ( zilver ). Het fraaiste is composiet ( kleurecht, redelijk slijtvast en neutraal ) Glasionomeer is het veiligst voor de gevoelige tandzenuw, maar minder slijtvast, en Amalgaam kent allergieën maar is zeer sterk. Een correct aanwezige amalgaam-vulling hoeft niet direkt vervangen te worden, maar kan wel tot verkleuringen in de tand leiden.

Onder de composietvulling kan ter bescherming van de tandzenuw een beschermlaag van glasionomeer worden aangebracht. composiet krijgt een sterke hechting door voor het aanbrengen het oppervlak te etsen en met bonding ( bindmiddel ) te werken. Er zijn verschillende soorten composiet; mooie kleur-echte voor de voortanden en zeer harde voor de kauwvlakken van een kies.

We kennen 1- 2- 3- of meervlaksvullingen. een 1 vlaksvulling beperkt zich tot 1 vlak ( bv kauwvlak, of zijvlak ).
Een 2-vlaksvulling zit in 2 vlakken tegelijk, een 3 vlaks in 3 kanten van de tand en een meervlaks in 4 of meer.
Een heel schildje op het voorvlak van een voortand noemen we een "veneer".

Röntgen-foto's

Solo-gaatje   Röntgenfoto's zijn een ideaal hulpmiddel bij het opsporen van gaatjes, ontstekingen
   en bot-afwijkingen. Niet doorgebroken tanden of kiezen kunnen op foto's zichtbaar zijn.
   De ligging en de vorm van de wortels van verstandskiezen zijn van belang als
   deze  moeten worden verwijdert.
   Solo-foto : foto van 1 gebitselement. Hierop is de gehele tand of kies te zien, dus ook
   de wortel(s). Geschikt voor bepalen van cariës of wortelafwijkingen. Ook geschikt voor het
   vastleggen en beoordelen van het eindresultaat van een wortelkanaalbehandeling.

   Op de solo-foto links is de witte glazuurkap te zien, met daaronder het lichtgrijze tandbeen
   ( dentine ) in het midden van de kies is de nog donkerder zenuw-holte met de holle
   zenuwkanalen in de beide wortels te zien. Het kaakbot zelf ziet er "sponzig" uit. Links bij 
   het contactpunt met de buur-kies is gaatje in het glazuur te zien.

Bitewing foto L + R

  Bite-Wing foto's
  Dit zijn overzichtsfoto's per kaakhelft van het gebied tussen de hoektanden
  en de achterste kiezen. Op een bite-wing kunnen we de wortels maar deels
  zichtbaar maken. De Bite-wing is vooral geschikt om periodiek een indruk
  te krijgen van de staat van aanwezige vullingen en nieuwe gaatjes.
  Voordeel is dat met slechts 2 foto's alle kiezen te zien zijn.

 

Periodiek foto's maken
Foto's zijn een onmisbaar hulpmiddel bij controle op afwijkingen en gaatjes.
Afhankelijk van de gezondheid en algemene indruk van het gebit besluit de tandarts wanneer foto's gemaakt
moeten worden. Dit kan variëren van 1 tot meerdere jaren. Te weinig foto's is niet in orde, maar teveel stralingsbelasting is ook ongewenst.  

Beugel

Een beugel helpt om scheve tanden recht te zetten of een verkeerde stand van de kaak te verbeteren. Een recht gebit ziet er natuurlijk mooier uit, is beter te verzorgen, en je kunt er beter mee kauwen. Een beugel wordt vaak toegepast bij schoolkinderen, maar ook volwassenen kunnen door een beugel worden geholpen.

Tegenwoordig werken we als een van de weinigen in Nederland, in onze praktijk ook met de Air Align. Dat is een onzichtbare beugel die als een soort bitje moet worden gedragen.

De tandarts of orthodontist begint met te onderzoeken welke verbeteringen er nodig zijn. Er worden röntgenfoto's en gebitsafdrukken gemaakt. Dan wordt besloten welke beugel het meest geschikt is. Bekende soorten zijn de 'buitenboordbeugel', de slotjesbeugel (die met stukjes metaal aan de tanden wordt geplakt), en beugels die je zelf in en uit kunt doen.

In het begin is het vaak wennen aan de beugel, en kunnen de tanden gevoelig zijn. De beugel wordt regelmatig, bijvoorbeeld eens per maand, strakker gezet. Het is niet verstandig om kauwgom te eten als men een beugel draagt, en het is extra belangrijk om goed te poetsen.

Als de tanden eenmaal rechtstaan, wordt vaak nog een poosje een 'retentiebeugel' voorgeschreven. Dat is een kleine beugel of een metalen draad die zorgt dat de tanden niet weer scheef gaan groeien. Deze retentiedraad mag langere tijd in de mond blijven zitten, en is meestal bevestigd aan de binnenzijde van de boven of onder-voortanden.

Plaque en tandvlees

Van nature leven er in uw mond talrijke bacteriën. Ze zitten in een wit laagje op tanden en kiezen: dit heet tandplaque. Tandplaque wordt vaak niet goed genoeg weggepoetst. Door verkalking kan de tandplak dan hard worden en in tandsteen veranderen. Bacteriën in tandplaque zorgen voor een ontsteking van het tandvlees: ‘gingivitis’. Het tandvlees kan makkelijker bloeden, een rode kleur krijgen en opgezwollen raken. Bacteriën in de plaque zorgen dus niet alleen maar voor gaatjes!

Als de ontsteking erger wordt breiden de bacteriën zich langs de tandwortel en het tandvlees uit, waardoor het kaakbot, wat het fundament van de tand is, aangetast raakt. Dit heet parodontitis. De ruimte tussen tand en tandvlees, de ’pocket’, wordt steeds dieper. Vaak krijgt men last van een vieze smaak of een slechte adem. In geval van ernstige parodontitis gaat een tand of kies wiebelen en zal deze op den duur verloren gaan.

Als de tandplaque niet diep zit, kunt u het zelf verwijderen met tandenborstel, flosdraad, tandenstokers en ragertjes. Een mondhygiënist kan instructies geven voor een goed gebruik van deze hulpmiddelen. Tandsteen of dieper gelegen tandplak (bij parodontitis) moet door de tandarts of mondhygiënist worden verwijderd. Soms moet daarvoor het tandvlees met een kleine operatie (‘flapoperatie’) tijdelijk worden losgemaakt. Na de behandeling moet het tandvlees rustig genezen, en is het zaak voortaan goed op de mondhygiëne te letten.

Trekken van tand of kies

Als een tand of kies erg beschadigd is, erg scheef zit of geen houvast meer heeft in het kaakbot, kan het nodig zijn deze te verwijderen ( extraheren of trekken ).

U krijgt een plaatselijke verdoving voor het gebied rond de tand/kies of een hele kaak. Dan wordt met instrumenten de tand of kies voorzichtig losgewrikt en getrokken. De wond wordt gehecht met hechtgaren, dat vanzelf verdwijnt. Als u pijn voelt nadat de verdoving is uitgewerkt, kunt u een pijnstiller als paracetamol nemen. Na de behandeling kunt u eventueel last krijgen van wat koorts, enige zwelling, nabloeding of een ontsteking. Overleg met uw tandarts wat u dan moet doen. Let op: als u antistollingsmiddelen gebruikt of hartklachten heeft, zijn er extra voorzorgsmaatregelen nodig voor het tanden of kiezen trekken! Meld dit dan ook voorafgaand aan de behandeling.

Wortelkanaalbehandeling

In tanden en kiezen zit van binnen een ruimte met levend weefsel, met name bloedvaten en zenuwen. In de wortel van de tand of kies heet deze ruimte het wortelkanaal. Door irritatie, infectie of beschadiging kan het weefsel ontstoken raken ( acute ontsteking ) en uiteindelijk zelfs dood gaan, waarna er een chronische ontsteking zal bestaan. De acute ontsteking veroorzaakt vaak een kloppende pijn, en is gevaarlijk voor de tand. Zonder behandeling zal zo'n tand of kies uiteindelijk verloren gaan. Een chronische langer aanwezige ontsteking is vaak te herkennen aan een bultje naast de tandwortel waar ontstekings-vocht ontsnapt ( fistel )

Een wortelbehandeling is vrijwel altijd pijnloos te doen. Wel is het een ingewikkelde behandeling, zeker als het gaat om een kies met 2, 3 of zelfs meer wortelkanaaltjes, die allemaal schoongemaakt moeten worden. Dit kan vaak niet in 1 keer, omdat na het schoonmaken van de wortelkanalen de ontsteking eerst verder genezen moet voordat de kanaaltjes definitief worden gevuld met stiftjes.

1-Wortelbehandeling-Tand Plaatje : Schoonmaken, prepareren en afsluiten van de wortel.

De tandarts maakt een röntgenfoto en dient een lokale verdoving toe. Daarna wordt een gaatje in de tand of kies geboord. Via dit gaatje wordt met kleine vijltjes al het ontstoken of afgestorven weefsel verwijderd. De tand wordt van binnen goed schoongemaakt en opgevuld met wortelstifjes op precies de juiste lengte van het kanaaltje. Na de behandeling kunt u wat last van pijn hebben. In sommige gevallen kan een anti-bioticum worden voorgeschreven, en bij wat napijn kunt u bijvoorbeeld paracetamol gebruiken. Als de pijn erg sterk is, of meer dan vier dagen aanhoud moet u contact opnemen met uw tandarts.

Eindfoto3 Op de foto is het eindresultaat van de kanaalbehandeling goed te zien.

Kronen en bruggen

Als een tand of kies geheel of gedeeltelijk verdwenen is (of zelfs niet is aangelegd), kan het ontbrekende deel worden vervangen door een kroon of brug.

Bij een kroon wordt eerst een deel van de beschadigde tand of kies rondom afgeslepen. Vervolgens wordt er een nieuwe kunstmatige huls in de vorm van de tand of kies op gezet met lijm of cement.

Een brug vervangt één of meer ontbrekende kiezen of tanden. De brug bestaat uit een kunsttand- of kies, met een bevestiging aan naastgelegen kiezen of tanden. Een gewone brug rust op de kiezen/tanden links en rechts van de open ruimte. Een vrij-eindigende brug zit maar aan één kant vast. Bij beide vormen worden de kiezen of tanden, die als steunpunt dienen, deels rondom afgeslepen. Op de kies of tand wordt een kies/tandvormig kapje vastgelijmd. Hieraan zit de kunsttand, die op deze manier stevig vast komt te zitten aan de naastgelegen kiezen of tanden. De etsbrug wordt vaak voor voortanden gebruikt. De kunsttand wordt met een metalen plaatje aan de achterkant aan de buurtanden vastgelijmd.

Kronen en bruggen zijn van porselein, metaal met een laagje porselein, of helemaal van goud. Ze gaan 10-15 jaar mee. Houd de randen van de kroon goed schoon met flosdraad of ragertjes en door zorgvuldig te poetsen.

Kunstgebit en partieel plaatje of frame

Volledig gebit

Als teveel tanden ontbreken of niet te herstellen zijn, wordt het tijd voor een kunstgebit. Er zijn twee veel voorkomende vormen: de immediaatprothese en de overkappingsprothese. Voor de immediaatprothese wordt eerst een kunstgebit gemaakt, dat zoveel mogelijk op uw gebit van vroeger. Er worden afdrukken van uw gebit gemaakt, en er wordt naar de kleur gekeken. Als het gebit klaar is, worden uw tanden en kiezen getrokken. Dan wordt het gebit meteen in de mondgeplaatst, zodat het als een soort verband meehelpt met de wondgenezing.  Als u net uw kunstgebit heeft gekregen, zult u de eerste dagen soms wat pijn voelen. Toch moet u het gebit inhouden voor een goede genezing. Later kan de tandarts aanpassingen aan het gebit doen om de pasvorm te verbeteren. Kies de eerste dagen zacht voedsel, zodat u kunt wennen met eten. U zult in het begin ook moeten oefenen met spreken met een kunstgebit.

Als de wortels van sommige tanden of kiezen nog goed genoeg zijn, kunnen ze als steun voor het kunstgebit dienen. Dan wordt een overkappingsprothese gemaakt. Die zit steviger, en uw mond blijft in betere conditie. Er bestaan verschillende soorten bevestigings-systemen om de overkappingsprothese op de wortels vast te klikken.
Nog een stap verder gaat de behandeling met implantaten waarop een te los zittende prothese kan worden vastgeklikt.
> zie Implantaten <


Partiele prothese

Als er nog veel tanden goed zijn, kunnen de ontbrekende tanden worden aangevuld met een plaatje of een frame. Een plaatje is van kunsthars en zit los in de mond. Een frame is van metaal en zit met haakjes vast aan uw eigen tanden.
Frame-onder

Links : voorbeeld van een partiele frame-prothese met klammertjes die in
één stuk gegoten zijn met het metalen basisgedeelte. 
Op die metaalbasis is een kunsthars zadel gemaakt, waarin de ontbrekende
gebitselementen vastzitten.

 Praktijk 009 Een esthetisch zeer fraai resultaat is te verkrijgen door een frameprothese met precisie slotjes aan de kiezen te laten vastklikken. De glimmende ankertjes zijn niet meer nodig, want de bevestiging zit onzichtbaar in het eerste kunstelement van het frame. Op de foto een aantal front-kronen, waaraan aan beide uiteinden een slotje.
Een dergelijke verankering kan niet zomaar aan de eigen kies worden geplaatst, daar zal eerst een kroon op moeten worden geplaatst, waaraan het "moeder"-deel van het slotsysteem vastzit, terwijl aan het frame het "vader"-deel vastzit.

 

 

Net als gewone tanden moet een kunstgebit goed worden schoongehouden. Gebruikt u hiervoor een protheseborstel, of een nagelborstel, water en zeep. Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen, deze kunnen de kunsthars aantasten en verzwakken.

Implantaten

Kronen, bruggen worden vastgemaakt aan naburige tanden of kiezen. Bepaalde kunstgebitten hebben steun nodig in de vorm van tandwortels. Maar soms zijn er geen geschikte eigen tanden of kiezen, die als steun kunnen dienen. Dan kan er een kunstmatige wortel of tand worden vastgemaakt in de kaak: een implantaat. Een implantaat kan eventueel ook een voortand vervangen.

De ingreep wordt voorbereid met een onderzoek van het kaakbot met röntgenfoto’s of scans. Als er goede plaats voor het implantaat is gevonden, wordt via een snee in het tandvlees een gat gemaakt in het bot. Daar wordt het implantaat in gedrukt of geschroefd. Vervolgens wordt het tandvlees gehecht.

De eerste dagen na de operatie moet u erg voorzichtig zijn met het implantaat. Raak het niet aan en eet zacht voedsel. Een implantaat heeft 3 maanden tot een half jaar nodig om stevig vast te groeien. Tot die tijd mag het implantaat absoluut niet worden belast. Als u een implantaat heeft gekregen is een goede mondhygiëne extra belangrijk.

Implantaat